Eenvoudige en pijnloze onderzoeken

4 hoofd-onderzoeken stellen uw oogarts in staat glaucoom op te sporen en de evolutie te volgen:

  1. het meten van de oogdruk
  2. het onderzoek van de oogfundus
  3. het bepalen van het gezichtsveld of perimetrie
  4. het meten van de kamerhoek of gonioscopie

Het meten van de oogdruk

De oogdruk kan gemeten worden met een tonometer, waarvan 2 soorten bestaan (de Applanatie tonometer en de Luchtpuf tonometer). Om uw oogdruk te meten, plaatst Uw oogarts een kleine plastieken prisma op het hoornvlies (de cornea), nadat hij een druppel anestheticum in elk oog heeft ingedruppeld, of hij projecteert een luchtstroom. Dit onderzoek is pijnloos. De oogdruk varieert overdag. Om de betrouwbaarheid van de meting te verhogen is het nodig de meting te herhalen op verschillende tijdstippen. De oogdruk moet minstens eenmaal per jaar gemeten worden om de stabiliteit of de voortgang ervan te evalueren. De waarden van de oogdruk hangen niet af van de bloeddruk.

Oogfundusonderzoek

Uw oogarts onderzoekt het netvlies (de retina) en meer bepaald het vertrekpunt van de oogzenuw (de papil genoemd). Door dit onderzoek kan hij de voortgang van de ziekte evalueren. De evaluatie wordt vergemakkelijkt door het nemen van vergelijkende fotos'.

Perimetrie 

Perimetrie maakt het mogelijk het gezichtsveld van de patiënt te evalueren. Dit is een onontbeerlijk onderzoek om de diagnose te stellen, de evolutie te volgen en de doeltreffendheid van de voorgeschreven medicatie te evalueren.

Onderzoek van de kamerhoek of gonioscopie

Gonioscopie is noodzakelijk om het type glaucoom waaraan u lijdt, te bepalen.

Problemen bij het downloaden van een PDF bestand?
Klik op het bestand met de rechtermuisknop en selecteer "opslaan als".